Filosofische titanen van de Wetenschappelijke Revolutie (1600-1700)
De wortels van onze moderne technologische samenleving gaan rechtstreeks terug naar een reeks adembenemende wetenschappelijke ontwikkelingen in de zeventiende eeuw. Ontdek in deze cursus wat de belangrijkste natuurwetenschappelijke doorbraken waren en welke rol filosofen daarin speelden.
Empirisme en rationalisme
In de zeventiende eeuw is natuurwetenschap nog nadrukkelijk en onafscheidelijk verbonden met natuurfilosofie. De twee belangrijkste moderne filosofische stromingen in deze periode zijn het empirisme (kennis uit ervaring en waarneming) en het rationalisme (kennis uit rede en logisch denken). Deze stromingen ontwikkelden zich in nauwe wisselwerking met de nieuwe natuurwetenschap. Filosofen en natuurwetenschappers beïnvloedden elkaar en werkten aan betere onderzoeksmethoden.
John Locke en Gottfried Wilhelm Leibniz
Paul Schuurman start deze vierdelige cursus met een kort overzicht van natuurwetenschappelijke ontwikkelingen in de zeventiende eeuw en besteedt daarbij bijzondere aandacht aan de geniale synthese van Isaac Newton. Vervolgens komt het empirisme van John Locke en het rationalisme van Gottfried Wilhelm Leibniz uitgebreid aan bod. Wat waren hun originele en creatieve antwoorden op vragen als: uit wat voor dingen/substanties bestaat de werkelijkheid waarin wij leven? Welke eigenschappen en kwaliteiten hebben die substanties? Hoe verhouden die substanties zich causaal tot elkaar? En hoe kunnen we van dit alles betrouwbare kennis verwerven?
Bijeenkomst 1
29 juni 2026
Hoofdmomenten van in de Wetenschappelijke Revolutie in de Zeventiende Eeuw. Plus: sleutelbegrippen van het vroegmoderne empirisme en rationalisme.
Bijeenkomst 2
2 juli 2026
Het empirisme van John Locke.
Bijeenkomst 3
6 juli 2026
Het empirisme van John Locke (vervolg) en het rationalisme van Gottfried Wilhelm Leibniz.
Bijeenkomst 4
9 juli 2026
Het rationalisme van Gottfried Wilhelm Leibniz (vervolg en afsluiting).
|
Beschikbaar
|
||
|
||
|
||
|
||
|
||
|
||
|


